Toespraken dodenherdenking 4 mei 2026
Op 4 mei herdenken we in onze gemeente alle Nederlandse oorlogsslachtoffers sinds de Tweede Wereldoorlog. In een aantal dorpen sprak een lid van het college van burgemeester en wethouders. De toespraken hebben een gezamenlijke kern, maar zijn aangevuld met een persoonlijk verhaal dat past bij het dorp en de lokale herdenking.
Op deze pagina leest u de toespraken terug. Zo kunt u het moment van herdenken nog eens beleven, ook als u er niet bij kon zijn.
Driel
4 mei 2026 - Protestantse kerk in Driel
Toespraak door wethouder Rik van den Dam
Dames en heren, jongens en meisjes,
Vanavond wil ik graag het verhaal vertellen van Drielenaar Marinus Teunissen van Manen.
Met dank aan de Historische Kring Driel voor het onderzoeken en optekenen van zijn verhaal.
Marinus was de zoon van een rietdekker. Iemand die zijn handen liet wapperen, die handelde in konijnen en kippen en die zijn plek had in het verenigingsleven. Een bekende in het dorp, met plannen voor de toekomst.
Een leven dat zich hier had kunnen ontvouwen.
Aan de keukentafel van het gezin werden keuzes gemaakt waarvan je wist dat ze risico’s met zich meebrachten. En toch deden ze het. Zo namen ze een Joodse onderduiker in huis en boden ze onderdak aan een geallieerde vliegenier.
Na de bevrijding leek het leven weer voorzichtig op gang te komen. Er werd gewerkt, opgebouwd en vooruitgekeken. Voor Marinus liep het anders. Hij werd als militair uitgezonden naar Nederlands-Indië, ver van huis, naar een land dat hij niet kende. In zijn brieven naar huis schrijft hij over het dagelijks leven daar. Over de hitte, het wachten, de spanning die nooit helemaal weg is. Over dagen die op elkaar lijken, en tegelijk elk moment kunnen omslaan. Een jonge man die probeert vast te houden aan het gewone, terwijl alles om hem heen onzeker is.
Op 18 mei 1949 komt er een bericht naar Driel. Marinus is om het leven gekomen; gesneuveld voor het Vaderland. Hij is dan nog maar 22 jaar oud. Zijn naam staat op het voor hem opgerichte monument bij de hervormde kerk. Met de woorden: ‘Voor recht en vrijheid gesneuveld.’ Dat zijn woorden die raken, en die tegelijk uitnodigen om na te denken over wat ze betekenen.
‘De geschiedenis leren begrijpen’. Dat is het jaarthema van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Wie naar de geschiedenis kijkt, ziet dat grote gebeurtenissen vaak klein beginnen. In hoe we over anderen spreken.
In hoe verschillen worden uitvergroot. En in momenten waarop mensen aarzelen om iets te zeggen. Juist daarin zit een belangrijke les voor vandaag.
Want ook in onze tijd merken we steeds vaker hoe woorden ertoe doen. Hoe een paar woorden al genoeg kunnen zijn om een groep mensen in een bepaalde hoek te zetten. Hoe gemakkelijk het is om over ‘de ander’ te spreken, zonder het verhaal erachter te kennen. En als dat gebeurt, bijvoorbeeld op een verjaardag of op het werk, zeg je er dan iets van? Of laat je het passeren? Misschien voelt het soms ongemakkelijk, maar laten we ons dan toch uitspreken en niet stil blijven.
Beste mensen,
Marinus en zijn ouders maakten hun keuzes in hun tijd, met de kennis, mogelijkheden en idealen die zij hadden. Zij boden hulp waar dat kon. Hun verhaal brengt het dichtbij. Hier in Driel liggen die verhalen letterlijk om ons heen. Het zijn verhalen van mensen die leefden, keuzes maakten en de gevolgen daarvan droegen. Sommigen lieten daarbij het leven.
Daarom herdenken wij vanavond. In stilte. Met respect.
En tegelijk met het besef dat dat die stilte meer is dan herdenken alleen. Dat het ons uitnodigt om te blijven helpen en, telkens wanneer het nodig is, onze stem te laten horen. Zodat vrijheid niet alleen iets is dat we op 4 mei herdenken, maar ook iets waarvoor wij met elkaar verantwoordelijkheid dragen, het hele jaar door.
Dank u wel.
Elst
4 mei 2026 - Grote Kerk
Toespraak door wethouder Evert Westerbeek
Vanavond wil ik jullie het verhaal vertellen van twee meisjes. Leida en Annie.
Leida groeide hier op, in een arbeidersgezin. In haar herinnering had de oorlog lange tijd ook iets onwerkelijks. Ze keek naar marcherende soldaten, luisterde naar hun gezang. Ze begreep nog niet wat oorlog werkelijk betekende. Tot die ene dag.
14 september 1944. Elf dagen voor de bevrijding van Elst. Annie stond plotseling bij haar voor de deur. Ze was haar zusje kwijt en moest haar gaan zoeken. Leida ging met haar mee. Voor ze vertrokken, kregen ze allebei een appel mee. Zo gingen ze samen de straat op.
Onderweg vertelde Annie dat haar vader was opgepakt door de Duitsers. Haar vader was het schoolhoofd van de rooms-katholieke jongensschool. Een man die veel mensen in dit dorp kenden. Iemand die gezag had, die kinderen lesgaf, die onderdeel was van het dagelijks leven hier. Waarom juist hij, begreep Leida niet. Tot ze dit plein bereikten.
Daar zagen ze hem staan. Op een paar meter afstand van Duitse militairen, met machinegeweren in de hand. Naast hem zaten andere mannen ineengedoken op de grond. Dorpsgenoten stonden eromheen, machteloos toekijkend. Het was een represaille voor het opblazen van een deel van de spoorlijn Nijmegen-Arnhem.
Annie’s vader liep nog even naar de rand van het plein. Hij gaf iemand iets uit zijn binnenzak. Toen stapte hij terug. En nog voordat hij zich kon omdraaien, klonken de schoten.
Leida zag hoe de militairen van links naar rechts maaiden. Wat er daarna gebeurde, herinnert ze zich maar gedeeltelijk. Ze weet nog dat Annie werd weggetrokken. Dat zij zelf gillend naar huis rende. En dat dit beeld haar nooit meer heeft losgelaten. Later werden de lichamen op een kar door het dorp naar het kerkhof gereden. Een tocht die velen hebben gezien. Een beeld dat in Elst is blijven hangen.
Leida heeft Annie na die dag nooit meer gesproken. Niet omdat ze dat niet wilde, maar omdat ze niet wist hoe.
Het is een verhaal dat zich hier heeft afgespeeld. Hier op dit plein. Bij dit monument. Met mensen uit dit dorp. En juist zulke verhalen helpen ons om de geschiedenis te begrijpen.
‘De geschiedenis leren begrijpen’. Dat is het jaarthema van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.
Wie naar de geschiedenis kijkt, ziet dat grote gebeurtenissen vaak klein beginnen. In hoe we over anderen spreken. In hoe verschillen worden uitvergroot. En in momenten waarop mensen aarzelen om iets te zeggen. Juist daarin zit een belangrijke les voor vandaag.
Want ook in onze tijd merken we steeds vaker hoe woorden ertoe doen. Hoe een paar woorden al genoeg kunnen zijn om een groep mensen in een bepaalde hoek te zetten. Hoe gemakkelijk het is om over ‘de ander’ te spreken, zonder het verhaal erachter te kennen. En als dat gebeurt, bijvoorbeeld op een verjaardag of op het werk, zeg je er dan iets van? Of laat je het passeren?
Misschien voelt het soms ongemakkelijk, maar laten we ons dan toch uitspreken en niet stil blijven.
Beste mensen,
Hier in Nederland zijn we al een leven lang vrij. 81 jaar. Wij kennen de verschrikkingen van de oorlog niet, zoals Leida en Annie die meemaakten. Maar hun verhaal brengt het dichtbij. Hier in Elst liggen die verhalen om ons heen. Verhalen van mensen die in verzet kwamen, die moesten vluchten, die elkaar kwijtraakten. Verhalen van angst en onzekerheid, van moed, maar ook van verlies.
Daarom herdenken wij vanavond. In stilte. Met respect. En tegelijk met het besef dat die stilte meer is dan herdenken alleen. Dat zij ons uitnodigt om te blijven kijken, om te blijven helpen en, telkens wanneer het nodig is, onze stem te laten horen. Zodat vrijheid niet alleen iets is dat we op 4 mei herdenken, maar ook iets waarvoor wij met elkaar verantwoordelijkheid dragen, het hele jaar door.
Dank u wel.
Heteren
4 mei 2026 - Algemene Begraafplaats
Toespraak door wethouder Wijnte Hol
Dames en heren, jongens en meisjes,
Vanavond wil ik jullie het verhaal vertellen van Ko Rutjes. Hij werd geboren op 22 juli 1944, op de steenfabriek hier in Heteren. Midden in de oorlog, zonder het zelf te weten. Zijn vader werkte daar als stoker. En ondertussen kwam de oorlog steeds dichterbij.
Na Market Garden lag Heteren ineens tussen twee fronten. Aan de ene kant de Duitsers. Aan de andere kant de geallieerden. Ko’s vader zag het met eigen ogen gebeuren. Hij zag hoe een Amerikaans vliegtuig werd neergeschoten en neerstortte, daar waar nu de plas ligt. Jaren later vond hij tijdens het maaien resten van de piloot terug.
Zo dichtbij was het. Je zat daar letterlijk tussen twee vuren. En toen het echt niet meer ging, moest het gezin vluchten. ’s Nachts vertrokken ze. Te voet, richting Zetten. Ko is nu 82 jaar oud, maar toen nog maar een baby. Zijn moeder was uitgeput. Er was nauwelijks voedsel, alleen wat fruit. Ze kon haar baby zelf niet meer voeden. Ko werd zo zwak dat hij niet eens meer huilde. Mensen zeiden: laat hem maar liggen, hij redt het toch niet. Maar zijn moeder gaf niet op.
Met hulp van een Engelse arts kreeg ze een blik met poeder. Daarmee maakte ze een mengsel om hem in leven te houden. Ze heeft dat blik bewaard. Later kraste ze erin: “de redding van Ko”.
Na Zetten trokken ze verder. Over de Waal, met roeiboten. Terug naar Deest, waar de familie van zijn moeder woonde. Daar leek het veiliger. Maar ook daar kwam de oorlog binnen. Want vlak achter hun huis lag een kamp waar de Britten hun materieel herstelden. En dus een gewild doelwit voor de Duitsers.
Op een dag sloeg een granaat door het huis. Via een klein raampje naar binnen. Tot in het achterhuis. Daar ontplofte hij, terwijl het hele gezin daar was. Ko lag in een kinderwagen. Met een veren kussen over zich heen. Dat kussen redde zijn leven. Later vonden ze de granaatsplinters terug in het kussen. Maar voor anderen liep het anders af.
Zijn zus Riet, tien jaar oud. Zijn broer Wim, twaalf jaar oud. Ze kwamen om het leven. Een oom overleed later aan zijn verwondingen. Wat overbleef was een gezin dat verder moest. Met verlies. Met herinneringen die een leven lang meegingen. Zijn vader sprak er nauwelijks over. Zijn moeder probeerde het een plek te geven.
En jaren later, toen ze voor het eerst terugkeerden naar het huis, zag Ko zijn vader huilen. Voor het eerst. Het is een verhaal van iemand hier uit Heteren. En juist zulke verhalen helpen ons om de geschiedenis te begrijpen. ‘De geschiedenis leren begrijpen’. Dat is het jaarthema van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.
Wie naar de geschiedenis kijkt, ziet dat grote gebeurtenissen vaak klein beginnen. In hoe we over anderen spreken. In hoe verschillen worden uitvergroot. En in momenten waarop mensen aarzelen om iets te zeggen. Juist daarin zit een belangrijke les voor vandaag. Want ook in onze tijd merken we steeds vaker hoe woorden ertoe doen. Hoe een paar woorden al genoeg kunnen zijn om een groep mensen in een bepaalde hoek te zetten. Hoe gemakkelijk het is om over ‘de ander’ te spreken, zonder het verhaal erachter te kennen.
En als dat gebeurt, bijvoorbeeld op een verjaardag of op het werk, zeg je er dan iets van? Of laat je het passeren? Misschien voelt het soms ongemakkelijk, maar laten we ons dan toch uitspreken en niet stil blijven.
Beste mensen,
Hier in Nederland zijn we al een leven lang vrij. 81 jaar. Wij kennen de verschrikkingen van de oorlog niet, zoals het gezin van Ko dat meemaakte. Zijn verhaal brengt het dichtbij.
Hier in Heteren liggen die verhalen om ons heen. Verhalen van mensen die moesten vluchten, die alles kwijtraakten. Verhalen van angst en onzekerheid, van moed, maar ook van verlies.
Daarom herdenken wij vanavond. In stilte. Met respect.
En tegelijk met het besef dat die stilte meer is dan herdenken alleen. Dat zij ons uitnodigt om te blijven kijken, om te blijven helpen en, telkens wanneer het nodig is, onze stem te laten horen. Zodat vrijheid niet alleen iets is dat we op 4 mei herdenken, maar ook iets waarvoor wij met elkaar verantwoordelijkheid dragen, het hele jaar door.
Dank jullie wel.
Randwijk
4 mei 2025 - Nederlands Hervormde Kerk
Toespraak door wethouder Karel Grimm
Dames en heren, jongens en meisjes,
Vanavond wil ik jullie het verhaal vertellen van een jongen van twaalf jaar. Een jongen uit dit dorp. Zijn naam was Gerard Peters. Hij groeide hier op, aan de Wilhelminastraat, in een gezin met een vader die een klein aannemersbedrijf had, een moeder die slecht ter been was en een oudere zus.
Een gewoon gezin, in een gewoon dorp. Tot de oorlog ook hier alles veranderde, in de herfst van 1944. Na de mislukte luchtlandingen bij Arnhem werd de Over-Betuwe frontgebied. Randwijk moest worden geëvacueerd. Halsoverkop, in onzekerheid, met achterlating van alles wat vertrouwd was.
Voor Gerard kreeg dat een heel concrete vorm. Zijn moeder kon niet lopen. Dus werd er een stoel op een fietskar gezet. Zij daarop. En Gerard ervoor. Zo trok hij haar voort, samen met een stoet van dorpsgenoten, op weg naar Zetten. Weg van het geweld, op zoek naar veiligheid. Maar veiligheid was er niet.
Bij Indoornik werd de groep gezien vanaf de Wageningse Berg. Even later begonnen de granaten te vallen. Mensen doken de sloot in, zochten dekking, probeerden zichzelf in veiligheid te brengen. Ook Gerard sprong de sloot in. En daar lag hij. Twaalf jaar oud. Terwijl de granaten om hem heen insloegen.
En een paar meter verderop stond de fietskar. Met zijn moeder erop. Weerloos, midden op de weg. Later vertelde hij dat hij dacht: dan allebei maar. Hij kwam overeind, sprong uit de sloot en begon te rennen. Met de fietskar achter zich, terwijl de granaten om hen heen neerdaalden. Hij schopte zijn klompen uit en ging op zijn sokken verder, om sneller te kunnen gaan. Hij rende zoals hij nog nooit had gerend.
Hij stopte pas toen ze, wonder boven wonder ongedeerd, Café Het Halt bij de spoorweg in Zetten bereikten. Dat is op de plek waar nu restaurant De Zomertuin staat. Daar had hij een half uur nodig voordat hij weer een woord kon uitbrengen.
Vanaf daar ging de vlucht verder. Zijn moeder werd meegenomen met een Rode Kruis-auto, hijzelf trok verder met zijn vader. Maandenlang wisten ze niet van elkaar of de ander nog leefde. Pas veel later, via omwegen en toeval, kwam het gezin weer bij elkaar.
Een verhaal dat zich hier heeft afgespeeld, in deze omgeving, met mensen uit dit dorp. En juist zulke verhalen helpen ons om de geschiedenis te begrijpen. ‘De geschiedenis leren begrijpen’. Dat is het jaarthema van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.
Wie naar de geschiedenis kijkt, ziet dat grote gebeurtenissen vaak klein beginnen. In hoe we over anderen spreken. In hoe verschillen worden uitvergroot. En in momenten waarop mensen aarzelen om iets te zeggen. Juist daarin zit een belangrijke les voor vandaag. Want ook in onze tijd merken we steeds vaker hoe woorden ertoe doen. Hoe een paar woorden al genoeg kunnen zijn om een groep mensen in een bepaalde hoek te zetten. Hoe gemakkelijk het is om over ‘de ander’ te spreken, zonder het verhaal erachter te kennen.
En als dat gebeurt, bijvoorbeeld op een verjaardag of op het werk, zeg je er dan iets van? Of laat je het passeren? Misschien voelt het soms ongemakkelijk, maar laten we ons dan toch uitspreken en niet stil blijven. Want soms komt er een moment waarop je niet meer kunt afwachten.
Voor Gerard kwam dat moment toen hij twaalf was. Hij had geen overzicht, geen tijd om alles te overdenken. Er was alleen dat ene moment, waarop hij moest handelen. Zijn verhaal brengt het dichtbij. Hier in Randwijk liggen die verhalen om ons heen. Verhalen van mensen die moesten vluchten, die elkaar kwijtraakten en elkaar weer terugvonden. Verhalen van angst en onzekerheid, van moed, maar ook van verlies.
Daarom herdenken wij vanavond. In stilte. Met respect.
En tegelijk met het besef dat die stilte meer is dan herdenken alleen. Dat zij ons uitnodigt om te blijven kijken, om te blijven helpen en, telkens wanneer het nodig is, onze stem te laten horen. Zodat vrijheid niet alleen iets is dat we op 4 mei herdenken, maar ook iets waarvoor wij met elkaar verantwoordelijkheid dragen, het hele jaar door.
Dank u wel.
Slijk-Ewijk
4 mei 2026 - Witte Kerkje
Toespraak door wethouder Patricia Hoytink-Roubos
Vanavond wil ik jullie meenemen naar landgoed Loenen, hier ongeveer twee kilometer vandaan. Het is september 1944 en operatie Market Garden is net begonnen. De Over-Betuwe is opeens frontgebied geworden. De oorlog komt letterlijk de erven en boomgaarden binnen.
Op landgoed Loenen woont de familie Van Boetzelaer. Jonkheer Constant van Boetzelaer is 22 jaar oud als de geallieerden naderen. Hij spreekt Engels, sluit zich aan bij het verzet en helpt waar hij kan. In zijn verslag beschrijft hij hoe indrukwekkend het was om de gliders te zien komen. Honderden tegelijk, schrijft hij, een beeld dat hij nooit vergeten is. Even leek de bevrijding dichtbij.Maar al snel bleek hoe chaotisch de strijd werkelijk was.
Constant krijgt contact met geallieerden en steekt zelfs de Waal over om berichten over te brengen. Hij keert terug met een mondelinge boodschap en een handvol Engelse sigaretten. Een paar dagen later steken de geallieerden in gammele boten de Waal over. Hier weten ze, soms na hevige gevechten, de Duitsers steeds verder terug te dringen. Constant beschrijft ook hoe verwarrend de situatie in de Over-Betuwe was.
Op een dag begeleidt hij Poolse parachutisten nog onder gejuich door Valburg, terwijl hij op de terugweg alweer Duitse militairen tegenkomt. Zo dicht lag alles op elkaar. Later rekent hij zelfs hoogstpersoonlijk een Duitser in, die hij vervolgens overdraagt aan de Engelsen. Dat zegt veel over die maanden. Over de spanning.
Over het improviseren. Over het gevoel dat niets vastlag en alles ieder moment kon kantelen. Nog tot december blijft Constant op het zogenoemde Manneneiland.
Een gebied dat steeds leger raakt, steeds geïsoleerder, en waar de oorlog aan alle kanten voelbaar is. Uiteindelijk moet ook hij vertrekken. Daarna gaat hij in Engeland een mariniersopleiding volgen.
Het is een verhaal dat zich hier heeft afgespeeld. En juist zulke verhalen helpen ons om de geschiedenis te begrijpen. ‘De geschiedenis leren begrijpen’. Dat is het jaarthema van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.
Wie naar de geschiedenis kijkt, ziet dat grote gebeurtenissen vaak klein beginnen. In hoe we over anderen spreken. In hoe verschillen worden uitvergroot. En in momenten waarop mensen aarzelen om iets te zeggen. Juist daarin zit een belangrijke les voor vandaag.
Want ook in onze tijd merken we steeds vaker hoe woorden ertoe doen. Hoe een paar woorden al genoeg kunnen zijn om een groep mensen in een bepaalde hoek te zetten. Hoe gemakkelijk het is om over ‘de ander’ te spreken, zonder het verhaal erachter te kennen.
En als dat gebeurt, bijvoorbeeld op een verjaardag of op het werk, zeg je er dan iets van? Of laat je het passeren?
Ik ben zelf opgevoed met het idee dat je op zo’n moment jezelf moet uitspreken. Dat je niet zomaar met iedereen moet meegaan. Dat je soms je hoofd boven het maaiveld moet uitsteken. Dat is niet altijd makkelijk. En soms heeft het ook vervelende gevolgen voor jezelf.
Maar ik heb van huis uit meegekregen: je moet doen wat juist is. En als je je eenmaal uitspreekt, merk je ook dat je daar sterker van wordt.
Beste mensen,
Hier in Nederland zijn we al een leven lang vrij. 81 jaar. Wij kennen de verschrikkingen van de oorlog niet zoals de inwoners van Slijk-Ewijk en Oosterhout meemaakten. Maar het verhaal van de jonkheer brengt het dichtbij.
Hier, in en rond Slijk-Ewijk, liggen die verhalen om ons heen. Verhalen van mensen die moesten vluchten, die keuzes maakten, die hielpen waar dat kon. Zoals Constant van Boetzelaer – en ook anderen - dat deden. Het zijn verhalen van angst en onzekerheid, van moed, maar ook van opoffering en verlies.
Zowel onder de bevolking, als ook geallieerde militairen die om het leven kwamen. Op deze begraafplaats liggen aantal van hen begraven. Onder hen Brown en Hilson. Zij sneuvelden op 10 oktober, toen hun anti-tank batterij werd beschoten. Ze dachten hier op veilige afstand van de Duitse stellingen te staan. Maar door het opflitsende mondingsvuur van hun geschut werden ze toch ontdekt.
Ook dat zijn verhalen die hier hun sporen hebben nagelaten. Daarom herdenken wij vanavond.
In stilte. Met respect. En tegelijk met het besef dat die stilte meer is dan herdenken alleen.
Dat zij ons uitnodigt om te blijven kijken, om te blijven helpen en, telkens wanneer het nodig is, onze stem te laten horen. Zodat vrijheid niet alleen iets is dat we op 4 mei herdenken, maar ook iets waarvoor wij met elkaar verantwoordelijkheid dragen, het hele jaar door.
Dank u wel.
Zetten
4 mei 2025 - Gereformeerde Kerk ‘De Rank’
Toespraak door plaatsvervangend voorzitter van de gemeenteraad van Overbetuwe de heer Elbert Elbers
Dames en heren, jongens en meisjes,
De lucht boven Zetten zat vol vliegtuigen. Zo beschrijft Lex Vogelzang, een jonge man uit Zetten, de ochtend van 17 september 1944 in zijn dagboek. Hij schrijft op wat hij ziet en meemaakt, dag na dag, terwijl de oorlog zich hier om hem heen voltrekt.
Rond elf uur ziet hij grote aantallen bommenwerpers aankomen. Zoveel dat het luchtruim ermee gevuld lijkt. Even later volgen de zweefvliegtuigen, gliders, die losgekoppeld worden en in de richting van Renkum en Heelsum zweven.
Een indrukwekkend gezicht. En tegelijk het begin van dagen vol onzekerheid. Lex schrijft dat niemand precies weet wat er gebeurt. Dat iedereen wacht, luistert en kijkt. Dat er geruchten rondgaan, maar weinig duidelijkheid is.
In de nachten hoort hij het geluid van het naderende oorlogsgeweld. De dagen daarna brengen geen rust. Er vallen bommen in de omgeving. In Andelst. In Herveld. In Zetten zelf. Er breken branden uit. En steeds weer die vraag: wat gebeurt er hier?
Op een ochtend fietst hij naar Dodewaard. Hij klimt de kerktoren op en kijkt uit over het land. In de verte ziet hij vlaggen wapperen. Even lijkt het alsof de bevrijding daar al een feit is. Maar ook dat beeld klopt maar deels. De werkelijkheid is verwarrend.
Op 23 september gaat hij op pad. Hij ziet Duitse soldaten langs de weg lopen. Even later hoort hij dat er Engelse parachutisten zijn geland. De frontlijn ligt nergens vast. Alles loopt door elkaar heen. Hij beschrijft hoe hij door een gebied beweegt waar gevochten wordt, terwijl tegelijkertijd het gewone leven nog zichtbaar is.
Diezelfde dag gaat hij met anderen op pad om gewonden op te halen. Ze rijden richting Oosterhout en Lent.
Onderweg zien ze gesneuvelde en gewonde soldaten liggen. Later schrijft hij dat die beelden op dat moment nauwelijks tot hem doordringen. Alsof het te groot is om meteen te bevatten. ’s Avonds probeert hij terug te keren naar Zetten.
Bij Slijk-Ewijk wordt hij aangehouden door mensen van het verzet. Hij moet uitleggen wie hij is. Pas als hij wordt herkend, mag hij verder. Zo gespannen is de situatie. De dagen daarna volgen nieuwe taken. Hij brengt berichten over. Helpt bij het vervoeren van gewonden. Is de hele nacht in de weer. Hij schrijft dat hij nauwelijks slaapt. En ondertussen komen de vluchtelingen. Mensen met karren. Met dekens. Met wat ze nog konden meenemen.
Lex schrijft dat hij nog voor zich ziet hoe ze langs de weg staan, in de regen, wachtend tot ze de Waal over kunnen. Een beeld dat blijft. En ergens klinkt in zijn woorden ook verwondering door. Over hoe alles tegelijk gebeurt. Over de chaos. Maar ook over hoe mensen elkaar blijven helpen.
Het is een verhaal dat zich hier heeft afgespeeld. Met iemand uit dit dorp. Opgeschreven terwijl het gebeurde. En juist zulke verhalen helpen ons om de geschiedenis te begrijpen.
‘De geschiedenis leren begrijpen’. Dat is het jaarthema van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.
Wie naar de geschiedenis kijkt, ziet dat grote gebeurtenissen vaak klein beginnen. In hoe we over anderen spreken. In hoe verschillen worden uitvergroot. En in momenten waarop mensen aarzelen om iets te zeggen. Juist daarin zit een belangrijke les voor vandaag.
Want ook in onze tijd merken we steeds vaker hoe woorden ertoe doen. Hoe een paar woorden al genoeg kunnen zijn om een groep mensen in een bepaalde hoek te zetten. Hoe gemakkelijk het is om over ‘de ander’ te spreken, zonder het verhaal erachter te kennen.
En als dat gebeurt, bijvoorbeeld op een verjaardag of op het werk, zeg je er dan iets van? Of laat je het passeren?
Misschien voelt het soms ongemakkelijk, maar laten we ons dan toch uitspreken en niet stil blijven.
Beste mensen,
Hier in Nederland zijn we al een leven lang vrij. 81 jaar. Wij kennen de verschrikkingen van de oorlog niet, zoals Lex die hier in Zetten meemaakte. Maar zijn verhaal brengt het dichtbij.
Hier in Zetten liggen die verhalen om ons heen. Verhalen van mensen die moesten vluchten, die alles kwijtraakten. Verhalen van angst en onzekerheid, van moed, maar ook van verlies. Daarom herdenken wij vanavond. In stilte. Met respect.
En tegelijk met het besef dat die stilte meer is dan herdenken alleen. Dat zij ons uitnodigt om te blijven kijken, om te blijven helpen en, telkens wanneer het nodig is, onze stem te laten horen. Zodat vrijheid niet alleen iets is dat we op 4 mei herdenken, maar ook iets waarvoor wij met elkaar verantwoordelijkheid dragen, het hele jaar door.
Dank u wel.


