Vragen en antwoorden

Hieronder vindt u de antwoorden op de vragen die zijn gesteld tijdens de online informatiebijeenkomsten op 8 en 9 oktober, en via de mail.

Vragen en antwoorden over woonwagenlocaties Overbetuwe 

Uitgangspunten- en wegingscriteria locatiestudie (algemene vragen)


Hoe zijn jullie tot de keuze voor deze 2 plekken gekomen? 
De raad heeft eind 2019 uitgangspunten en voorwaarden bepaald waar de locaties aan moesten voldoen. We hebben ruim 100 locaties onderzocht en daaruit de 17 meest geschikte gekozen. Aan iedere locatie hebben we per uitgangspunt en voorwaarde punten gegeven: hoe meer punten, hoe geschikter ze waren. Deze 2 locaties scoorden het hoogst en voldeden het best aan de belangrijkste voorwaarden:

  • De raad wil liever 2 kleinere locaties dan 1 grotere. Dat is beter beheersbaar en de gevolgen voor de omgeving zijn minder groot.
  • Beide locaties zijn elk groot genoeg voor 2-4 woonwagens, en eventueel later nog voor maximaal 2-4 extra wagens. 
  • Ze moeten goed passen in de omgeving.
  • Grondeigendom van de gemeente heeft de voorkeur, maar andere locaties sluiten we niet uit.

Waarom tellen alle wegingscriteria even zwaar? 
Bij het vaststellen van de uitgangspunten en wegingscriteria heeft de gemeenteraad geen specifieke weging per criterium vastgesteld. Het college heeft de score op alle criteria in kaart gebracht. Daarna hebben we Nijbod Consultancy om aanvullend advies gevraagd en de woningcorporaties om een reactie gevraagd. Op basis hiervan stelt het college twee voorkeurslocaties voor aan de gemeenteraad. 

Waarom zijn wegingscriteria als bijvoorbeeld de waardevermindering van de woningen en de daling van het woongenot niet vastgesteld? 
De gemeenteraad heeft in december 2019 uitgangspunten en wegingscriteria vastgesteld. Waardevermindering en daling van het woongenot zijn op dit moment onmogelijk in kaart te brengen als je moet zoeken naar een groot aantal locaties, waarbij het ook nog niet duidelijk is hoe de stedenbouwkundige inpassing eruit komt te zien. De wegingscriteria zitten daarom op een abstracter niveau. Later kan dit wel vastgesteld worden (zie ook vraag over planschade). 

Sommige uitgangspunten en wegingscriteria zijn niet objectief meetbaar. Hoe wordt daarmee omgegaan? 
Over ieder wegingscriterium heeft een vaste adviseur een advies gegeven per locatie. Hij heeft voor iedere locatie steeds dezelfde afwegingen gemaakt. Zo kon hij vergelijken en kreeg de ene locatie een zelfde of een hogere score dan de andere. Deze werkwijze garandeert een maximale uniformiteit. Het klopt dat de adviezen en de scores per locatie niet allemaal objectief meetbaar zijn, bij een aantal criteria heb je te maken met ‘’’zachte factoren’’. Dat valt helaas niet te vermijden. 

In de analyses worden uitspraken gedaan over problemen met openbare orde en verwachte weerstand van omwonenden. Waarop zijn deze verwachtingen gebaseerd? 
Vanuit de discipline integrale veiligheid is er geadviseerd over dit aspect. Deze adviseurs hebben een goed beeld van welke plaatsen en situaties meer risico’s voor de openbare orde hebben dan andere. De te verwachten weerstand van omwonenden is grotendeels gebaseerd op het aantal omwonenden. Bij een locatie midden in een kern valt meer weerstand te verwachten dan bij een locatie aan de rand van een kern met minder omwonenden. 

Is er alleen gezocht naar nieuwe locaties of is er ook overwogen om bestaande locaties uit te breiden? 
We hebben ook gekeken naar de mogelijkheid om bestaande locaties uit te breiden. Helaas kon dat niet zonder ingrijpende gevolgen voor de omgeving. Daar hebben we niet voor gekozen. In Herveld zou uitbreiding stedenbouwkundig niet acceptabel zijn, omdat de lintbebouwingsstructuur aangetast wordt. In Heteren is geen ruimte voor een extra woonwagenstandplaats. Een standplaats toevoegen zou daar betekenen dat de 4 bestaande wagens verplaatst moeten worden. En de fysiek-ruimtelijke verbinding tussen de Boterhoeksestraat en de Lange akkers wordt een afgelegen achterpad zonder kwaliteit. De locatie aan de Sadatstraat in Zetten is groot genoeg voor een extra kavel. Maar niet groot genoeg om het gebied goed te ontsluiten en genoeg groen te houden in een straat waar al best weinig groen is.

Het lijkt erop alsof snelheid een belangrijk criterium is in de locatiekeuze en de verdere planvorming. Klopt dat? 
De snelheid is niet zozeer een criterium en moet zeker niet ten koste van kwaliteit gaan. Wel blijkt uit het behoefteonderzoek dat er op korte termijn behoefte is aan extra standplaatsen. De afgelopen jaren zijn er alleen maar woonwagenstandplaatsen verdwenen. We moeten als het ware een inhaalslag maken om woonwagenbewoners de kans te geven om binnen een redelijke termijn in een woonwagen te wonen.

Door de wegingscriteria grondeigendom en planeconomie allebei te gebruiken, tel je scores dubbel. Klopt dat?  
De wegingscriteria grondeigendom en planeconomie zijn niet hetzelfde. Bij grondeigendom gaat het om wie de eigenaar is van de grond en of de grond daarmee op korte termijn beschikbaar is. Bij planeconomie gaat het om de financiële aspecten van het realiseren van een woonwagenlocatie. 

Archeologie maakt deel uit van de milieutechnische randvoorwaarden. Hoe kan het dat bijvoorbeeld de locatie Stationsomgeving Zetten dan ondanks de hoge archeologische verwachting ++ scoort op milieutechnische randvoorwaarden? 
Bij het wegingscriterium ruimtelijk beleid hebben we rekening gehouden met de archeologische verwachting. Archeologisch onderzoek is onderdeel van de planologische procedure (opstellen van het bestemmingsplan) en daarom hebben we deze onder ruimtelijk beleid opgenomen. 

Stedenbouwkundige kwaliteit en landschappelijke inpassing zijn in de uitgangspunten en wegingscriteria samen benoemd. Dit zijn toch twee verschillende wegingscriteria? 
Stedenbouwkundige kwaliteit en landschappelijke inpassing zijn inderdaad twee verschillende disciplines. Hier is dus ook een advies vanuit stedenbouw gegeven en een advies vanuit landschap. Deze adviezen zijn beide meegenomen in de totale score. 

Locatiekeuze inhoudelijk (locatie-specifieke vragen)


De Helster scoort even hoog als de Platenmakersstraat. Waarom toch niet gekozen voor De Helster?
De Helster scoort inderdaad even hoog als de Platenmakersstraat. Alleen is deze locatie nog niet beschikbaar. We moeten nog een definitief besluit nemen over de verhuizing van het zwembad. Zolang kunnen en willen we niet wachten, want uit het behoefteonderzoek blijkt dat er op korte termijn behoefte is aan woonwagenstandplaatsen. 

Zijn de voorkeurslocaties in eigendom van de gemeente? 
Ja. 

Er moest een goede spreiding zijn. Waarom dan toch 2 kampjes in Zetten?
Het STEC behoefteonderzoek dat gehouden is onder de woonwagenbewoners, geeft aan dat er vooral behoefte is in Zetten en Elst. Twee van de drie woningcorporaties geven aan in deze uitkomst mee te gaan. Voor de spreiding zouden we kunnen kiezen voor een grotere locatie in Elst en een kleinere in Zetten. We onderzoeken in het komende jaar hoe we de standplaatsen het beste kunnen verdelen. 

Nijbod vindt Randwijk naast Elst kansrijker dan Zetten, staat in het rapport. Waarom dan toch maar 3 plussen? 
Nijbod heeft alleen gekeken naar de fysiek-ruimtelijke aspecten, zoals ruimtelijk beleid, civiele techniek, ontsluiting, stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing en milieu. Volgens deze wegingscriteria alleen zou de locatie in Randwijk passender zijn. Na het advies van Nijbod startte het traject Flexibel Bestemmen in Randwijk. Daarbij keken we ook naar sociaal-maatschappelijke aspecten, het grondeigendom en planeconomie. Onze interne adviseurs hebben die aspecten ook betrokken in de scores die ze per locatie gaven. 

De stationslocatie in Zetten stelt volgens de woningcorporaties eisen aan de beleefde veiligheid en uitstraling. Het gaat namelijk om een belangrijke toegangsweg naar Zetten voor fietsers en wandelaars. Hoe past een kamp hierin? 
Bij de stedenbouwkundige uitwerking geven we hier aandacht aan. Door groen en water goed in te passen, kunnen we zorgen voor een bepaalde uitstraling. Eventueel kunnen er later ook nog woningen bijgebouwd worden op het perceel ernaast, als dat volgens het huidige of toekomstige bestemmingsplan kan. 

Een deel van de grond heeft de gemeente gekocht, zodat de volkstuintjes kunnen blijven, zo staat er in het rapport. Wat gebeurt er nu met de volkstuintjes? 
De volkstuinen blijven. De woonwagenlocaties komen ten oosten óf ten westen van de 
volkstuinen. Hoe we de tuinen precies inpassen, moeten we nog uitwerken.

De cultuur, normen en leefstijl van woonwagenbewoners verschilt van die van de omwonenden in gewone woningen. Hoe is daar rekening mee gehouden met de locatiekeuze? 
De woningcorporaties hebben dit argument ook genoemd in de locatiestudie. Zij geven aan dat een locatie aan de rand van een kern daarom geschikter is. Bij het kiezen van de voorkeurslocaties heeft het college hier rekening mee gehouden. 

Bij sommige locaties wordt genoemd dat een woonwagenkamp afbreuk doet aan de entree van een dorp of inbreuk doet op het aantrekkelijk houden van het stationsgebied. Waarom wordt bij de locatie aan de Platenmakersstraat het vrije uitzicht van de omwonenden niet genoemd? 
De adviseurs stedenbouw en landschap hebben gekeken naar de stedenbouwkundige en landschappelijke structuur van de gehele locatie. Uitzicht is een onderdeel dat belanghebbenden kunnen inbrengen bij de verdere uitwerking van de locatie. Dit is geen onderdeel van een stedenbouwkundige of landschappelijke structuur. 

In hoeverre is het verplaatsen van de volkstuintjes aan de Platenmakersstraat overwogen? 
We hebben niet overwogen om de volkstuintjes te verplaatsen. We hebben de grond destijds bewust aangekocht om de volkstuintjes voort te kunnen zetten. 

In de uitgangspunten staat dat er primair gezocht wordt naar locaties binnen het bestaand stedelijke gebied. De Platenmakersstraat ligt buiten het bestaand stedelijke gebied. Waarom is dit dan toch de voorkeurslocatie? 
In de locatiestudie staat een groot aantal uitgangspunten en wegingscriteria met daarbij scores per criterium. De Platenmakersstraat scoort inderdaad slecht op ruimtelijk beleid. Dat komt omdat er een bestemmingsplanwijziging nodig is op een locatie waar nu bestemmingsplan ‘’Buitengebied Overbetuwe’’ geldt. Het pluspunt van deze locatie is de ligging aan de rand van een kern (in een kernrandzone) op een plek waar voldoende ruimte is om nieuwe functies groen in te passen en een goede overgang te maken naar het buitengebied.

In de conclusie staat dat de politie in schat dat er bij de Platenmakersstraat in Elst iets meer kans is op problemen met de openbare orde dan bij de andere goed scorende locaties. Waarom is dat zo? 
In de locatiestudie staat dat de politie op geen van de goed scorende locaties grote problemen met de openbare orde verwacht. We hebben nogmaals navraag gedaan bij de politie. Zij geeft aan dat het vooraf lastig is te voorspellen of er sprake gaat zijn van overlast. Dat is onder andere afhankelijk van de grootte van de kern, de grootte van de locatie, welke woonwagenbewoners er komen en van de omwonenden.

Als we de standplaatsen goed inrichten, is sociale controle bij de locatie aan de Platenmakersstraat mogelijk. Dat staat in het rapport. Wat houdt dat in? 
Bij een woonwagenlocatie in de buurt van andere woningen, of langs een weg, krijg je meer sociale controle vanuit de omgeving. Als er in een gebied meer sociale controle is, zijn mensen eerder geneigd zich aan regels en sociale normen te houden. 

Ik weet nog een andere locatie die nog onbebouwd is, waarom heeft de gemeente daar niet naar gekeken? 
De gemeenteraad heeft uitgangspunten en wegingscriteria opgesteld voor de locatiestudie. Volgens deze aanwijzingen hebben we als eerste stap 103 locaties uitgekozen. Het is praktisch gezien ondoenlijk om ook alle locaties te onderzoeken die in particulier eigendom zijn en onbebouwd zijn.

Over de locatie Stationsomgeving Zetten heeft de gemeente Valburg in 1992 gezegd dat er een kantoor/praktijkruimte ten westen van de Wageningsestraat zou kunnen komen. Hoe verhoudt de voorkeurslocatie voor woonwagens zich hiertoe? 
Dat kan nog steeds. Een woonwagenlocatie en kantoor/praktijkruimte hoeven elkaar niet in de weg te staan. Aan de percelen die direct aan de Wageningsestraat liggen, verandert niets. Bovendien gebruiken we niet het gehele gebied voor woonwagenstandplaatsen. 
 
Hoe verhoudt deze ontwikkeling zich tot de visie op de Stationsomgeving Zetten waarin staat dat een kwaliteitsimpuls belangrijk is voor het gebied? 
Het doel van de visie is om een kwaliteitsimpuls te geven aan het gebied als geheel. Door het maken van onder meer een sterke groenstructuur, wordt een raamwerk gemaakt waarin verschillende ontwikkelingen kunnen worden ingepast. Hierbij ziet de gemeente ruimte voor woningbouwontwikkelingen, waaronder het inpassen van woonwagens. Vanzelfsprekend vraagt dit om een zorgvuldig ontwerp.

Hoe verhoudt deze ontwikkeling zich tot de visie op de Stationsomgeving Zetten waarin staat dat er ruimte is voor kleinschalige woningbouw? 
Om een woonwagenlocatie te realiseren moet er een bestemmingsplan komen dat kleinschalige woningbouw mogelijk maakt. Dit past binnen de uitgangspunten van de visie. 

Bij de Stationsomgeving in Zetten ligt het gevaar van een gesloten gemeenschap op de loer. Waarom kiest de gemeente geen andere locatie waar de woonwagens beter geïntegreerd kunnen worden tussen woningen? 
De locatie in Zetten is nu een onaantrekkelijke locatie met weinig sociale controle. Met de ontwikkeling proberen we de ruimtelijke kwaliteit van het gebied te verhogen door bijvoorbeeld bij de inpassing rekening te houden met extra groen en water. Bovendien is er nog ruimte in de omgeving voor andere ontwikkelingen, als het huidige of toekomstige bestemmingsplan dat mogelijk maakt. Dit kan de sociale controle vergroten. 

In de locatiestudie is bij de Stationsomgeving in Zetten de ene kavel groen omcirkeld en de andere kavel oranje. Waarom is dat? 
De groene kleur betekent dat de kavel direct beschikbaar is. De oranje kleur betekent dat deze kavel nu nog gebruikt wordt door iemand anders. We moeten de locatie nog verder uitwerken om te bepalen waar de woonwagens precies komen. 

Bij sommige locaties, zoals Sportpark de Pas, wordt genoemd dat een locatie langs de toegangspoort van het dorp stedenbouwkundig onwenselijk is. Hoe zit dat bij de Stationsomgeving in Zetten? 
De locatie ligt inderdaad in de buurt van de Wageningsestraat, een belangrijke toegangsweg voor het centrum van Zetten. Alleen, ze ligt niet direct aan dit bebouwingslint, maar erachter. De locatie bij Sportpark de Pas ligt echter wel middenin het historische lint.

Waarom komt er niet gewoon een locatie terug aan de Grote Molenstraat? 
De locatie aan de Grote Molenstraat is verdwenen, omdat er op deze plaats strenge milieuregels gelden vanwege de milieustraat. Er mogen hier dus geen woningen meer komen. 

Heeft de gemeente bij de locatiekeuze rekening gehouden met de hoogte van de opbrengst van de grond als deze verkocht wordt aan particulieren? 
Ja, dit hebben we verwerkt in het advies van planeconomie. 

Waarom wordt de oostelijke kavel en de westelijke kavel bij de locatie Stationsomgeving Zetten stedenbouwkundig en landschappelijk zo verschillend beoordeeld? 
Bij de stedenbouwkundige advisering ging het om de vraag hoeveel kwaliteitswinst je kunt behalen ten opzichte van de huidige situatie. Dat verklaart het verschil tussen de oostelijke en de westelijke kavel. In het westelijke gebied kan een ontwikkeling meer kwaliteitswinst opleveren dan in het oostelijke gebied. Dat komt omdat er veel te verbeteren valt aan de uitstraling van de huidige bebouwingsrand van bedrijventerrein St. Walburg. Bij de oostelijke kavel leek een woonwagenstandplaats in eerste instantie minder eenvoudig in te passen in de omgeving. Nu denken we dat we met een passende versterking van het groen in de directe omgeving toch kunnen zorgen voor een goede inpassing van de woonwagenstandplaats en het fietspad. Landschappelijk gezien geven beide locaties goede mogelijkheden. Alleen is het oostelijke perceel iets hoger gewaardeerd, omdat er al woningen liggen en een woonwagenstandplaats daar beter bij aansluit. 

Woonwagenplaatsen
 

Om hoeveel plaatsen gaat het, nu en in de toekomst?
Het gaat in totaal om 6 plekken voor Elst en Zetten samen, en in de toekomst misschien nog eens maximaal 6 plekken. Dat hangt af van de behoefte. Hoe we de plekken gaan verdelen over Elst en Zetten, weten we nog niet.

Het gaat om 2 tot 4 wagens per locatie nu op de korte termijn en misschien later 2 tot 4 erbij. Hoe wordt dit aantal definitief bepaald? 
In de uitgangspunten van de locatiestudie heeft de gemeenteraad beslist dat er maximaal 6 standplaatsen per locatie mogen komen. Alleen als familiebanden reden voor meer plaatsen zijn, kunnen er maximaal 8 standplaatsen per locatie komen. Het aantal toekomstige standplaatsen op langere termijn hangt af van de behoefte. 

Wat is korte termijn en wat is lange termijn met betrekking tot het realiseren van woonwagenstandplaatsen? 
Er komen op zijn vroegst in 2022 2 tot 4 standplaatsen per locatie, maximaal 6 in totaal. Dat is de korte termijn. Pas als die standplaatsen er zijn, kijken we of er behoefte is aan meer plaatsen. Dat is de lange termijn. 

De familiebanden leiden ertoe dat er steeds standplaatsen bij moeten komen op één locatie. Daardoor kunnen we de kampen niet kleinschalig houden, klopt dat? 
Nee, dat klopt niet. Familiebanden kunnen er inderdaad toe leiden dat er op de ene locatie meer standplaatsen bij komen dan op de andere. Maar de gemeenteraad heeft ook bepaald dat het kleine locaties moeten worden van maximaal 6 standplaatsen. Is daarna nog uitbreiding nodig vanwege familiebanden, dan mogen het maximaal 8 standplaatsen worden.

Hoelang blijven de woonwagens daar staan? 
Zolang als er behoefte blijft aan woonwagenstandplaatsen.

Heeft de gemeente al afspraken gemaakt met de woningcorporaties? 
Nee, we maken pas afspraken met de woning corporaties, nadat de gemeenteraad in januari heeft beslist over de locaties. De woningcorporaties hebben wel gereageerd op de locatiestudie.

Mogen er bedrijven op het kampje komen?
Nee, het wordt een woonbestemming. Dit betekent dat er geen bedrijven op die plek mogen komen. Wat wel mag is onder voorwaarden een bedrijf aan huis, net als bij een gewone woning. Denk bijvoorbeeld aan een nagelstudio of kapsalon. 

Hoe worden de plaatsen ingericht? Openbaar groen, ontsluiting. En wie bepaalt dit? Hebben woonwagenbewoners of omwonenden hier nog inspraak in? 
Dat weten we nu nog niet. We gaan dit vanaf oktober uitwerken. We willen woonwagenbewoners, omwonenden en omliggende bedrijven hier zeker bij betrekken. Alleen kunnen we dat pas doen zodra de gemeenteraad in januari instemt met de locaties. 

Wie bepaalt wie er een plek krijgt?
De gemeente bepaalt wie er een plek krijgt. Bewoners kunnen zich inschrijven voor een plek. Ze komen dan op een wachtlijst te staan. Of de gemeente een ingeschreven bewoner ook een plek aanbiedt, hangt ervan af hoe goed hij voldoet aan de regels die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Wie het best voldoet aan de eisen, heeft de meeste kans op een plek.

Wat kost een plek? 
Dat weten we nog niet. Dat zal pas duidelijk worden, zodra we afspraken hebben gemaakt met de woningcorporaties. 

Hoe zit het met risico’s hoogspanningskabels voor gezondheid?
Wonen onder een hoogspanningsmast kan en mag niet. Bij de stedenbouwkundige inpassing houden we daar rekening mee. Het bestemmingsplan moet hoe dan ook voldoen aan de eisen van de wet. 

Hoe (en door wie) wordt bepaald hoe we de aantallen over de 2 locaties verdelen?
Dat weten we nu nog niet. We bepalen dat pas als we de locaties verder uitwerken. Het hangt af van hoe we de locaties kunnen laten aansluiten op de bebouwing en het landschap in de omgeving. Daarnaast moeten we ook nog de gesprekken met de woningcorporaties afwachten.

Hoe terecht zijn mogelijke zorgen van omwonenden?
Het is bekend dat er in sommige gemeenten in Nederland problemen zijn op woonwagenkampen. Alleen wij zien die problemen niet op de drie woonwagenlocaties die we al jaren in onze gemeente hebben. Bovendien wil het college kleine locaties, zodat deze beheersbaar blijven. Ook maken we afspraken met de woningcorporaties. 

In hoeverre kunnen direct aanwonenden/grondeigenaren straks meedenken over het ontwerp van de locatie, zoals de ontsluiting? 
Als de gemeenteraad in januari een besluit heeft genomen, gaan we in gesprek met de direct aanwonenden en toekomstige bewoners. Zij kunnen dan meedenken over de inrichting van de standplaatsen en hun mening geven over de wijziging van het bestemmingsplan. 

Wat gaat de gemeente doen om de pijn te verzachten bij omwonenden? 
Onze ervaringen bij de 3 woonwagenlocaties in Zetten, Herveld en Heteren is dat daar relatief weinig problemen zijn. We gaan er ook op de nieuwe locaties alles aan doen om te zorgen dat de locaties straks zo goed mogelijk passen in de omgeving. Daarbij vragen we bewoners en omwonenden om met ons mee te denken. We gunnen de woonwagenbewoners dat ze hier straks met plezier gaan wonen, maar dat geldt ook voor de omwonenden, omliggende bedrijven en grondeigenaren. Zij kunnen erop rekenen dat wij goede afspraken met iedereen maken.

Het gevoel van veiligheid in de buurt neemt af. Wat gaat de gemeente hieraan doen? 
We vinden het heel belangrijk dat de buurt zich veilig blijft voelen. Daarom passen we de woonwagenlocatie zo in de omgeving in dat er een grotere mate van sociale controle is en hebben we aandacht voor het gevoel van veiligheid.
 
Wij verliezen het vrije uitzicht dat we nu hebben. Wat gaat de gemeente daar aan doen? 
Ten eerste gaat het om een kleine woonwagenlocatie van 2000 m2, in verhouding tot het totale stuk grond van 35.000 m2 dat in eigendom is van de gemeente. Dat betekent dat niet overal langs de Platenmakersstraat het vrije uitzicht compleet verdwijnt. Ten tweede kan groen ervoor zorgen dat omwonenden minder zicht hebben op de bebouwing. Vinden omwonenden toch dat ze schade hebben door de woonwagenplaats? Dan kunnen ze een vergoeding aan de gemeente vragen. In de wet heet dat planschade. Aanvragen van planschade kan pas als we de procedure voor aanpassing van het bestemmingsplan zijn gestart. 

De Platenmakersstraat is een van de weinige straten waar het dorpse en landelijke karakter te zien is, terwijl de straat dicht bij de dorpskern gelegen is. Is daar rekening mee gehouden in de locatiekeuze? 
Ja, we hebben rekening gehouden met het karakter van de omgeving. Een van de wegingscriteria in de locatiestudie is namelijk de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing. 

Aan de Snodenhoeksestraat worden ruime woningen gebouwd die moeten voldoen aan een gedetailleerd beeldkwaliteitsplan. Een woonwagenlocatie voldoet hier niet aan. Waarom is een woonwagenlocatie dan toch mogelijk aan de Platenmakersstraat? 
De locatie Snodenhoeksestraat ligt aan een bebouwingslint en is onderdeel van een historisch buurtschap op een verhoging in het landschap. De locatie aan de Platenmakersstraat heeft echter een andere positie, tegen de rand van de kern, grenzend aan een planmatige woonwijk. We maken straks voor de locatie een ontwerp, waarin we ook rekening houden met de kwaliteiten en karakteristieken van de omgeving. De toekomstige woningen aan de Snodenhoeksestraat zijn hier een onderdeel van. 

Wordt de locatie aan de Sint Walburg in Zetten ontsloten via de Sint Walburg of via het station? 
Dat weten we nog niet. We gaan dit straks uitwerken in overleg met omwonenden en andere belanghebbenden.

Bij de Stationsomgeving in Zetten ligt een fietspad. Wat draagt een woonwagenkamp bij aan de veiligheid hiervan? 
We willen de leefbaarheid van het hele gebied verbeteren. Daarbij zullen we zeker ook aandacht hebben voor het gevoel van veiligheid. 

Wat wordt de toegestane grootte en hoogte van de woonwagens? 
Dat weten we nog niet. In het bestemmingsplan leggen we vast hoe groot en hoog de woonwagens mogen worden.

Hoe groot worden de kavels die per woonwagen aangeboden worden? 
Dat moeten we nog uitwerken. 

Hoeveel ruimte is er in totaal nodig voor de locatie? 
Dat hangt af van de inrichting. Grofweg kun je zeggen dat er ongeveer 300 m2 per standplaats nodig is. Dat is inclusief de berging, tuin, parkeren, riolering etc. In het rapport staat 120 m2, maar dat is de minimale kavel die nodig is voor alleen de woonwagen.  
 
Wordt de grond verkocht of verhuurd aan belangstellenden? 
We willen de standplaatsen verhuren aan de woonwagenbewoners. Het behoefteonderzoek onder woonwagenbewoners toont aan dat er behoefte is aan huurstandplaatsen. Bovendien wil de gemeente graag grip houden op wie een standplaats krijgt aangeboden. Hoe we de plaatsen gaan verhuren, weten we nog niet. Daarvoor moeten we eerst gesprekken voeren met de woningcorporaties. 

Houden jullie bij de uitwerking rekening met bestaande bestemmingen? Bijvoorbeeld een stankcirkel van een boerenbedrijf. 
Voordat we een bestemmingsplan kunnen wijzigen naar wonen, moeten we aantonen dat we rekening hebben gehouden met bijvoorbeeld stankcirkels van boerenbedrijven uit de omgeving. Dat moeten we ook doen met hoogspanningsmasten.
 
Een recreatiewoning mag niet permanent bewoond worden, waarom een woonwagen dan wel? 
Bij een recreatiewoning heeft ook de grond een recreatieve bestemming. Dat betekent dat deze bedoeld is om te recreëren. Voor de woonwagenstandplaatsen geldt een woonbestemming. Daarop mag gewoond worden. Bovendien is wonen in een woonwagen een erkende woonvorm.

De kans lijkt nihil dat er bij de Stationsomgeving in Zetten nog een andere ontwikkeling plaatsvindt. 
In de conclusie van de locatiestudie staat dat een grotere gebiedsontwikkeling de sociale veiligheid in het gebied kan vergroten. Niet alle ruimte zal gebruikt worden voor woonwagenstandplaatsen. Er zal dus nog ruimte over zijn voor andere gebiedsontwikkelingen.  

Woonwagenbewoners 
 

Hoe zit het met de toezeggingen aan de voormalige bewoners van het kamp aan de Grote Molenstraat? 
De gemeenteraad heeft regels vastgesteld voor wie in aanmerking komt voor een standplaats. Wie het beste voldoet aan deze regels, krijgt een standplaats aangeboden. We moeten ons aan deze regels houden. We kunnen nu nog niets zeggen over de vraag of we een uitzondering op de regels kunnen maken, en waarom dan. 

Waarom trekken jullie woonwagenbewoners voor? Ik ben ook al jaren op zoek naar een passende huurwoning, maar voor gewone mensen en starters bouwen jullie niet speciaal woningen bij. 
Alle inwoners zijn voor ons even belangrijk. We bouwen ook bij voor mensen die op zoek zijn naar een gewone woning. Er zitten nu nog bijna 1000 woningen in ons woningbouwprogramma. Vorig jaar hebben we ongeveer 200 woningen opgeleverd. Er zijn al jaren geen woonwagenstandplaatsen bijgekomen. Sterker nog, het kamp aan de Grote Molenstraat is weg.

Welke zakelijke activiteiten of hobby’s mogen de woonwagenbewoners uitoefenen op de locatie? 
We maken een bestemmingsplan met de bestemming ‘wonen’. Dat betekent dat woonwagenbewoners dezelfde activiteiten kunnen uitvoeren als bewoners van een gewone woning. Een kapsalon of nagelstudio aan huis zou bijvoorbeeld mogen.
 
Wie houdt er toezicht op de locatie en woonwagenbewoners? 
De gemeente (boa’s) en politie zijn net als in een gewone woonwijk bevoegd om te onderzoeken of bewoners zich aan de regels houden. 

Hoe zijn de ervaringen met overlast op de huidige woonwagenlocaties? 
Op de huidige woonwagenlocaties is niet meer overlast dan in reguliere woonwijken in Overbetuwe blijkt uit navraag bij integrale veiligheid. Ook bij de nieuwe locaties gaat het om kleinschalige woonwagenlocaties, die daarmee goed beheersbaar blijven. 

Ik weet niet welke families er komen wonen. Ik vind dat er ook goed naar de veiligheid gekeken moet worden. 
De gemeente gaat de nieuwe standplaatsen toewijzen. Daarbij kan het college besluiten om bepaalde standplaatsen niet toe te wijzen, of anders toe te wijzen vanwege sociaal-maatschappelijke omstandigheden. Hiermee kunnen we escalatie voorkomen. 

Waar wonen deze woonwagenbewoners nu dan? 
Veel gemeenten hadden een zogeheten ‘uitsterfbeleid’. Dat hield in dat ze een kamp wilden verkleinen door standplaatsen niet meer te verhuren als ze leeg kwamen te staan. Het gevolg was dat woonwagenbewoners noodgedwongen moesten verhuizen naar een gewone woning. Nu willen zij weer terug in een woonwagen wonen, omdat dat hun cultuur is. Alle Nederlandse gemeenten hebben van het Rijk de opdracht gekregen om voldoende plaatsen voor woonwagens aan te wijzen en in te richten.

Wie is de doelgroep woonwagenbewoners die de gemeente voor ogen heeft?
De woonwagenbewoners die zich gaan inschrijven voor een nieuwe locatie. 

Besluitvorming en procedure
 

Kunnen de meningen/bezwaren van omwonenden nog tot een ander voorstel voor locatiekeuze leiden? 
Nee, we hebben meer dan 100 locaties in onze gemeente zorgvuldig onderzocht en getoetst. We hebben daarbij ook gekeken naar de te verwachten impact voor omwonenden. Van deze 2 locaties verwachten we dat ze weinig negatieve gevolgen hebben voor de leefstijl of het wooncomfort van omwonenden en omliggende bedrijven. We begrijpen het als sommige mensen zich misschien zorgen maken, of onzeker zijn over wat de gevolgen zijn voor hun woonomgeving. Daarom kiezen we ervoor om omwonenden persoonlijk te informeren, vragen te beantwoorden en zorgen waar dat kan deze weg te nemen. We hebben er bewust niet voor gekozen om omwonenden inspraak te geven in de te kiezen plek. Onze locatiestudie heeft laten zien hoe complex deze materie is en met hoeveel tegenstrijdige belangen we rekening moeten houden. Een afgewogen keuze maken vraagt om expertise van professionals. Omwonenden zullen hun eigen individuele belangen het zwaarst laten wegen en een andere locatie heel vaak beter vinden.
Overigens krijgen omwonenden straks wel de kans hun mening te geven over de wijziging van het bestemmingsplan. Ook kunnen omwonenden straks meedenken over de inrichting van de locaties. We informeren de gemeenteraad via deze Q en A over alle reacties die binnen gekomen zijn. De gemeenteraad maakt uiteindelijk de locatiekeuze. 

Wat kan wel nog tot een andere locatie leiden?
Dat kan als er op de gekozen terreinen beperkingen blijken te zijn die we vooraf niet gezien hebben. Bijvoorbeeld als blijkt dat de grond giftig is en er niet op gewoond mag worden. Dat kan dan aanleiding geven om te kiezen voor een andere plek. Ook de beslissing van de gemeenteraad kan nog tot een andere locatie leiden. Dit zijn de voorkeurslocaties die burgemeester en wethouders hebben gekozen. De gemeenteraad beslist wat de definitieve locaties worden. 

Hoe gaat het vanaf nu verder? 

  • We hebben in oktober alle betrokkenen geïnformeerd, zoals omwonenden, omliggende bedrijven, woonwagenbewoners, woningcorporaties.
  • De locatiestudie leggen we in januari voor aan de gemeenteraad. Die behandelt de studie eerst in een voorbereidende vergadering en beslist dan definitief over de locaties.
  • Daarna starten we met de voorbereidingen om het bestemmingsplan aan te passen. Belanghebbenden kunnen daarover hun mening geven. 

Hoe zit het met waardevermindering?
Om een woonwagenlocatie mogelijk te maken, moeten we het bestemmingsplan wijzigen. Mensen hebben daarbij altijd het recht om een financiële vergoeding aan te vragen als ze schade verwachten. Een onafhankelijk bureau beoordeelt of ze inderdaad schade hebben. Zij bepalen ook hoe hoog het eventuele bedrag is dat de gemeente moet betalen. 

Hoe kan ik bezwaar maken en hoe ziet de inspraakprocedure eruit?
U kunt inspreken en bezwaar maken als we de procedure starten om het bestemmingsplan te wijzigen. Dat doen we nadat de raad een definitief besluit heeft genomen.
 
In hoeverre kunnen bewoners meedenken in het ontwerp van de locatie?
Als de gemeenteraad een besluit heeft genomen, gaan we in gesprek met direct aanwonenden en toekomstige bewoners. We bespreken dan de inrichting van de nieuwe locaties en de procedure voor de wijziging van het bestemmingsplan. 

Het proces over de aankoop van de grond Platenmakersstraat was niet openbaar. Waarom niet?
De aankoop van grond stond los van het plan voor woonwagens. We hebben de grond destijds aangekocht om de volkstuintjes te behouden. De beslissing daarover was besloten vanwege privacy van de grondeigenaar. Dit is altijd zo bij dergelijke beslissingen. Deze besluitstukken zijn nu wel openbaar en kunt u opvragen via woonwagenlocaties@overbetuwe.nl 

Wanneer kunnen we de stukken inzien voor het raadsbesluit in januari 2021? Worden de vragen en opmerkingen uit de informatiebijeenkomsten daarbij integraal opgenomen?
Het college neemt op 10 november 2020 een besluit om dit voorstel aan de raad voor te leggen. De raad beslist in januari 2021. Alle stukken zijn na besluitvorming door het college openbaar. U kunt ze terugvinden op de website van de gemeente Overbetuwe. Aan het voorstel voor de raad voegen we een overzicht toe van alle vragen en reacties die bij ons bekend zijn. 

Hoe ziet de procedure van wijziging van het bestemmingsplan eruit? Wat is het tijdspad en hoe gaat de gemeente ons hierover informeren?
De procedure voor wijziging van het bestemmingsplan kan pas starten nadat de raad in januari 2021 een besluit heeft genomen over de woonwagenlocaties. De procedure start op zijn vroegst in het eerste kwartaal van 2021. Over een wijziging van het bestemmingsplan kunt u inspreken. We publiceren dit in het Gemeentenieuws en op de website. We zullen dit ook melden in de nieuwsbrief Woonwagenlocaties waar mensen zich via de website op kunnen abonneren.

Participatie en communicatie 
 

Waarom zijn bewoners nu pas betrokken? 
We hebben een communicatieplan opgesteld. Daarin hebben we als participatieniveau gekozen voor informeren van direct aanwonenden. Het college heeft op 29 september de voorkeurslocaties en het communicatieplan vastgesteld. In januari 2021 neemt de gemeenteraad een besluit over deze locaties. De gemeenteraad vertegenwoordigt de bevolking. We hebben de bewoners direct geïnformeerd over het besluit van college. Besluitvorming over woonwagenlocaties is een complex verhaal waarin we rekening moeten houden met veel verschillende, vaak tegengestelde belangen. Als we de locatiekeuze aan bewoners overlaten, komt er waarschijnlijk nergens een nieuwe locatie. Daarom laten we de keuze aan de gemeenteraad over. 

Waarom zijn de woonwagenbewoners al wel eerder betrokken? 
We hebben de woonwagenbewoners alleen gevraagd wat hun behoeftes zijn. Adviesbureau STEC heeft hen hiervoor geïnterviewd. We hebben ze tegelijk met de omwonenden geïnformeerd over de uitkomsten van het locatieonderzoek. Ze wisten daar niet eerder van. 

Waarom krijgt men slechts één week van tevoren bericht?
Op 29 september 2020 heeft het college een besluit genomen. Dat besluit is openbaar. Daarom hebben we een dag later, op 30 september, de omwonenden meteen met een brief geïnformeerd. Sneller dan dat konden we de bewoners niet informeren. 

Waarom digitale bijeenkomsten?
We hadden 9 fysieke bijeenkomsten ingepland. In die week besloot het kabinet de coronamaatregelen aan te scherpen. Vanwege de gezondheid van ons allemaal hebben we toen de keuze gemaakt om twee digitale bijeenkomsten te organiseren. Een voor de locatie Zetten en een voor Elst. 

Is informeren ook een vorm van participatie en heeft de gemeente hier beleid op?
Ja, informeren is ook participeren. Dit staat in de interactiewijzer uit 2018. We hebben voor de fase tot aan de beslissing door de gemeenteraad gekozen voor het niveau van informeren. Als de raad in januari heeft beslist, maken we een aanvullend communicatie- en participatieplan voor de fase daarna. 

Communicatie- en participatieplan is erg summier. De uitgangspunten van participatiebeleid zijn niet beschreven.
De uitgangspunten voor dit participatiebeleid staan in de interactiewijzer van 2018.

Zijn de grondeigenaren ook geïnformeerd?
Ja, we hebben de eigenaren van de direct aangrenzende percelen per brief geïnformeerd. 

Hoe informeren jullie mensen die geen digitale middelen hebben?
We publiceren op de gemeentepagina een nieuwsbrief. Deze kunnen we op aanvraag ook toesturen. 

Is er een rapport voorhanden van de vragen aan de toekomstige mogelijke woonwagenbewoners over hun wensen, en hun antwoorden daarop?
Adviesbureau STEC heeft een rapport geschreven: ‘Behoefte aan standplaatsen in Overbetuwe’. 
Dit staat op onze website.

Informatie over inspraakmogelijkheden is moeilijk te vinden
U kunt inspreken na de start van de procedure voor de wijziging van het bestemmingsplan. We melden dit in het Gemeentenieuws en op de website, en in de nieuwsbrief Woonwagenlocaties.

Zijn er notulen beschikbaar en/of zijn de digitale bijeenkomsten opgenomen?
Nee, vanwege de privacy hebben we de digitale bijeenkomsten niet opgenomen. Alle vragen die zijn gesteld tijdens deze bijeenkomsten, kunt u terugvinden in het document Vragen en Antwoorden. 

Tijdens de online informatiebijeenkomst op 9 oktober was er geen medewerker van Nijbod aanwezig, terwijl dit wel in de uitnodiging aangekondigd werd.
Bij de online informatiebijeenkomsten op 8 en 9 oktober was de medewerker van Nijbod wel aanwezig. Hij had geen actieve rol in de presentatie.

Het is wenselijk dat de stem (die van omwonenden) in dit besluitproces ook gehoord wordt.
We hebben direct aanwonenden geïnformeerd over het besluit van het college van 29 september. En we hebben ze laten weten dat de gemeenteraad in januari 2021 een besluit neemt. De reacties van de omwonenden nemen we mee in de besluitvorming door de gemeenteraad. Dat zijn overigens niet alleen reacties van omwonenden, maar ook van alle andere betrokken partijen. Dus ook van grondeigenaren, toekomstige woonwagenbewoners en woningcorporaties. 

Wat gaat de gemeente doen om de bewoners te informeren over de meningen van omwonenden die ze tijdens of na de bijeenkomst laten horen?
We verwerken alle vragen en reacties die bij ons bekend zijn, in een document met vragen en antwoorden. Dit document plaatsen we op onze website en we bieden het ter kennisgeving aan de gemeenteraad aan.

Hoe is bepaald wie er uitgenodigd zijn voor de informatieavonden? 
We hebben de bewoners uitgenodigd die mogelijk direct zicht hebben op de toekomstige locatie.  In Zetten ging het om ongeveer 60 adressen, in Elst ongeveer 140. Daarnaast hebben we ongeveer 60 grondeigenaren van aangrenzende percelen per brief geïnformeerd.