Forensisch Psychiatrisch Centrum de Lingeburght

In november 2007 heeft stichting OG Heldring de aanvraag voor een bouwvergunning voor een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) in Zetten ingediend. Het gaat om een gebouw, waar zestig jongeren met een PIJ-maatregel (plaatsing in een inrichting voor jeugdigen) en zestig jongvolwassenen met een tbs-maatregel behandeld kunnen worden.

Afspraken worden vastgelegd in overeenkomst

Het bestuur vindt dat zij een verantwoordelijkheid heeft voor de leefomgeving en de zorg die bij veel inwoners leeft rondom veiligheid en tbs. Daarom heeft de gemeente Overbetuwe een extern adviseur aangetrokken om een overeenkomst op te stellen. In deze overeenkomst worden afspraken gemaakt met stichting OG Heldring over de tbs-kliniek. Het is in nauw overleg met de betrokkenen opgesteld.

Wat is er tot nu toe gebeurd?

  • Op 6 november 2007 ontving de gemeente Overbetuwe een bouwaanvraag. Hierin verzocht de O.G. Heldring Stichting om een bouwvergunning voor het bouwen van een Forensisch Psychiatrisch Centrum op het terrein aan de Wageningsestraat 104 in Zetten.
  • Op 7 oktober 2008 heeft het college van B&W vrijstelling op grond van artikel 15 WRO en bouwvergunning verleend voor het FPC. De vrijstelling was nodig om een hogere bouwhoogte mogelijk te maken dan op basis van het bestemmingsplan is toegestaan.
  • Bij de rechter werd vervolgens een verzoek ingediend om de procedure stil te leggen, een zogeheten voorlopige voorziening.
  • Op 22 januari 2009 deed de voorzieningenrechter de uitspraak dat de bouw van het FPC opgeschort moest worden omdat het niet zou passen binnen de bestemming ‘bijzondere doeleinden’ zoals deze staat omschreven in het bestemmingsplan.
  • Op 2 maart 2009 bracht de onafhankelijke en externe bezwarencommissie haar advies uit aan het college. Zij gaf aan dat het gebruik van het FPC wel past binnen de bestemming ‘bijzondere doeleinden’ . Ook gaf zij aan dat de ommuring niet past binnen de bouwregels van het bestemmingsplan.
  • In april 2009 vroeg het college de gemeentelijke bezwarencommissie om nader advies. Dit omdat het advies van de commissie anders is dan de uitspraak van de voorzieningenrechter. Op 15 april jl. geeft de commissie aan dat zij bij haar advies blijft.
  • Het college besloot om de raad - via de commissie Ruimte van 12 mei 2009 - twee vragen voor te leggen:
  1. vindt de raad, als planwetgever, dat het gebruik als FPC binnen het bestemmingsplan past, en 
  2. zo nee, wil de raad dan vrijstelling op grond van artikel 19, eerste lid Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) verlenen van het bestemmingsplan?
  • Op 26 mei 2009 maakt de raad in meerderheid kenbaar dat hij van mening is dat het FPC niet past in het bestemmingsplan. Tevens besluit de raad dat hij zelf - als volksvertegenwoordiging - een besluit wil nemen over vrijstelling ex artikel 19, eerste lid WRO van het bestemmingsplan. Ofwel, de raad wil zelf bepalen of er in het geval van het FPC wel of niet van het bestemmingsplan mag worden afgeweken.
  • Op 13 oktober 2009 heeft het college van B&W, na raadpleging van de raad, alsnog besloten geen bouwvergunning te verlenen voor de realisatie van het FPC in Zetten. De aanvrager heeft tegen dit besluit een beroep ingediend bij de rechtbank in Arnhem. De uitslag daarvan is nog niet bekend.

De rechtbank Arnhem heeft op 21 juni uitgesproken dat de gemeenteraad terecht geen vrijstelling heeft verleend ex artikel 19 lid 1 WRO (oud) voor het oprichten van een FPC aan de Wageningsestraat te Zetten en dat het college terecht de daarvoor gevraagde bouwvergunning heeft geweigerd.

De Raad van State heeft in zijn uitspraak van 21 maart 2012, procedurenummer: 201108274/1/A1 het hoger beroep van de stichting OG Heldring ongegrond verklaard.
Dit betekent dat de gemeente de vergunningen terecht heeft geweigerd. Het besluit tot weigeren van de vergunningen is daarmee definitief.