Paramotors

Vliegverkeer

De laatste tijd krijgen we bij de gemeente Overbetuwe veel vragen binnen over het vliegen van paramotors boven grondgebied van de gemeente Overbetuwe. Daarom willen wij graag hierover informatie geven.

Vergunning verplicht

Voor het opstijgen en landen met een paramotor is men verplicht een vergunning aan te vragen. Zonder een vergunning mag men in de gemeente niet opstijgen of landen. De burgemeester moet voor een dergelijke vergunning naar de openbare orde en veiligheid op het terrein kijken van waar de paramotorvlieger gaat opstijgen en landen. Het terrein waar wordt opgestegen en geland -meestal een weiland bij een agrariër- moet aan bepaalde eisen voldoen. Hierbij moet gedacht worden aan terreindimensies, obstakelvrije zones en gewashoogte. De vliegveiligheid, en dan met name de veiligheid gedurende een start en / of landing, is daarmee geborgd.

Verder moet de eigenaar van het terrein uiteraard instemmen met het gebruik van het weiland. Dit is overigens een privaatrechtelijk aspect tussen eigenaar en gebruiker. Het terrein wordt slechts gebruikt voor starten en landen. In tegenstelling tot andere (sport)activiteiten wordt het terrein dus maar heel kort daadwerkelijk gebruikt. Inclusief voorbereiding en inpakken van materieel gaat het veelal over slechts enkele tientallen minuten.

Belangrijke punten

Er zijn geen voorzieningen nodig om op te stijgen of te landen. Het terrein blijft dus ongewijzigd. Verder zijn de volgende punten van belang:

- Er mag niet worden opgestegen in Natura 2000-gebieden.

- Het aspect externe veiligheid speelt geen rol van betekenis omdat het plaatsgebonden risico (PR) vanwege de lage vliegsnelheid en het lage gewicht verwaarloosbaar klein is.

- Een terrein ligt vrijwel altijd in het buitengebied. Ook wordt soms een braakliggend industrieterrein gebruikt. In tegenstelling tot ballonvaren ligt het niet voor de hand om terreinen te gebruiken die binnen de bebouwde kom liggen.

- Hoewel de luchtsport paramotorvliegen voor veel mensen bijzonder is, leert de ervaring dat van noemenswaardige verkeersaantrekkende werking geen sprake is.

- De paramotorvlieger maakt alleen of met enkele andere vliegers gebruik van de betreffende locatie. Ook in dat kader is van verkeersaantrekkende werking geen sprake. Parkeren vindt alleen plaats waar dat is toegestaan en veilig is.

- Mede vanwege de aard van de luchtsport, de doorontwikkeling van materieel en de gedegen vliegopleiding, is paramotorvliegen één van de veiligste vormen van (gemotoriseerde) luchtsport.

Zodra de paramotorvlieger “los is van de grond” is sprake van luchtzijdig gebruik en vanaf dat moment is het Ministerie van Infrastructuur en Milieu het verantwoordelijke bevoegde gezag. De Inspectie Leefomgeving & Transport divisie Luchtvaart en de Nationale Politie Dienst Luchtvaart zien toe op de naleving van de voorschriften betreffende het land- en luchtzijdig gebruik. Bij luchtzijdig gebruik kan de gemeente niets doen. Zij is hiertoe op dat moment niet bevoegd.

Wet Luchtvaart

Op de vliegactiviteiten is de Wet luchtvaart van toepassing. Hierin is onder meer de minimale vlieghoogte van 150 meter geregeld. Voor mensenmassa’s en aaneengesloten bebouwing geldt een wettelijke minimale vlieghoogte van 300 meter, maar paramotorvliegers proberen dergelijke gebieden in redelijkheid zoveel mogelijk te mijden.

De Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL) heeft een gedragscode General Aviation opgesteld, waarin tevens opgenomen is dat het overvliegen van natuurgebieden zoveel mogelijk vermeden dient te worden en waar dit niet mogelijk is, een hoogte van minimaal 300 meter dient te worden aangehouden.

Daarnaast zijn er diverse Besluiten van toepassing waarin de eisen zijn vastgelegd waaraan een start- en landingsterrein moet voldoen. Zo is de Regeling Veilig Gebruik Luchtvaartterreinen (RVGLT) en Regeling Burger- en militaire luchtvaartterreinen (RBML) van toepassing.

Door de Nederlandse wetgever zijn keuringseisen gesteld aan de vlieguitrusting en deze eisen hebben betrekking op veiligheid en geluidsproductie. Voor de paramotor moet een geluidscertificaat afgegeven zijn waaruit blijkt dat de uitrusting niet meer geluid produceert dan 60 dB(A) op 150 meter hoogte. Alleen met een geluidscertificaat wordt door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een Bewijs van Luchtwaardigheid en een Bewijs van Inschrijving verleend. Daarnaast dient een paramotorist te beschikken over een door de KNVvL afgegeven vliegbrevet.

Verder verdiepen?

Meer achtergrondinformatie over paramotorvliegen en snelkoppelingen naar de Wet- en regelgeving kunt u vinden op de volgende websites:

www.paramotorweb.nl

Onder de button “Vrijstelling” in het menu staat veel informatie over de vrijstelling onder voorwaarden.

-Brief vrijstelling Staatssecretaris Mansveld:

http://www.paramotorweb.nl/docs/2014/beperkte-vrijstelling-paramotors-voor-luchthavenregeling.pdf

-Regeling MLA, MLH, gemotoriseerd schermvliegtuig:

http://wetten.overheid.nl/BWBR0015237

Regeling Veilig gebruik luchtvaartterreinen (RVGLT)

http://wetten.overheid.nl/BWBR0026570

Regeling Burgerluchthavens (milieu en veiligheid):

http://wetten.overheid.nl/BWBR0026570

Hoofdstuk 3, artikel 26 is voornamelijk van belang voor paramotorvliegen.