Inrit aanleggen

Een in- of een uitrit is een aansluiting vanuit een perceel op de openbare weg. Om een in- of uitrit aan te mogen leggen, moet de gemeente u een omgevingsvergunning verlenen.

Voorwaarden

Een inrit of uitrit zijn hetzelfde. Voor het gemak gaan we uit van een uitrit.

De gemeente kan een omgevingsvergunning weigeren in het belang van

  • De bruikbaarheid van de weg.
  • Het veilig en doelmatig gebruik van de weg.
  • De bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving.
  • De bescherming van de groenvoorziening in de gemeente.

Indien u bijvoorbeeld een omgevingsvergunning wenst op een drukke hoofdontsluitingsweg zal de gemeente u die vergunning waarschijnlijk weigeren vanwege de verkeersveiligheid.

Meer informatie hierover vindt u in de Beleidsregel uitwegen gemeente Overbetuwe 2012.

Privaatrechtelijke verhoudingen

Naast de publiekrechtelijke bevoegdheid die de gemeente heeft op grond van het bepaalde in de APV is de gemeente ook in particuliere zin eigenaar van de openbare weg. Vanuit dit eigendomsrecht moet de gemeente de aanleg van een uitrit toestaan. In de meeste gemeenten ligt deze toestemming besloten in de te verlenen omgevingsvergunning. Bijzonder is dat de gemeente aan de omgevingsvergunning voorschriften kan verbinden die eigenlijk geen verband houden met de omgevingsvergunning als zodanig, maar met het eigenaar zijn van de openbare weg.

Aanpak

  1. U doet de vergunningcheck via het omgevingsloket op de website van het ministerie van VROM, om te zien of u een omgevingsvergunning nodig heeft.
  2. Als u een vergunning nodig heeft, dan kunt u deze via dezelfde module ook digitaal aanvragen. U heeft daarvoor wel uw DigiD inlogcode nodig.
  3. U krijgt schriftelijk antwoord van het bevoegd gezag. Dat kan de gemeente zijn, maar ook de provincie, het waterschap of de rijksoverheid.
  4. Soms is overleg nodig met het bevoegd gezag: een omgevingsvergunning vereist namelijk maatwerk.
  5. Als uw aanvraag wordt gehonoreerd, dan wordt de vergunning meegestuurd (inclusief de voorwaarden waaronder u de vergunning krijgt).
  6. Bent u het niet eens met de beslissing, dan kunt u bezwaar maken.

Procedure

Er kan sprake zijn van een reguliere of een uitgebreide voorbereidingsperiode (afhankelijk van de complexiteit van de aanvraag). Voor de reguliere voorbereidingsperiode geldt een doorlooptijd van 8 weken (van aanvraagbevestiging tot bekendmaking van het besluit) en kan met 6 weken worden verlengd. Voor de uitgebreide voorbereidingsperiode geldt een doorlooptijd van 6 maanden met een mogelijke verlening van 6 weken. Het bevoegd gezag geeft vooraf aan welke van de twee periodetypen er sprake zal zijn.

U krijgt schriftelijk antwoord van het bevoegd gezag. Dat kan de gemeente zijn, maar ook de provincie, het waterschap of de rijksoverheid. Meestal is overleg nodig met het bevoegd gezag: een omgevingsvergunning vereist namelijk maatwerk. Als uw aanvraag wordt gehonoreerd, dan wordt de vergunning meegestuurd (inclusief de voorwaarden waaronder u de vergunning krijgt). Bent u het niet eens met de beslissing, dan kunt u bezwaar maken.

Kosten

Een vergunning om een inrit aan te mogen leggen kost € 243,00.